HET ZIELSGELUK VAN EEN VOETBALFAMILIE

Een klein voetbalclubje in West-Brabant, mijn clubje. Waar spelers niet worden betaald, winnen en gezelligheid naast elkaar bovenaan het prioriteitenlijstje staan. En iedereen even waardevol is. Op het veld of als vrijwilliger. Oud, jong, stervoetballers en rechtspoten. Eendracht. Dat clubje streed afgelopen vrijdag om het kampioenschap.

Vroeg in de avond verzamelen. Het kraampje met fanartikelen in de hal. Zenuwen, bedrijvigheid, direct drank. Mensen die een snipperdag hadden genomen om de festiviteiten tot in de puntjes voor te bereiden. In colonne naar de bussen. Onderweg naar de jongens die een half uurtje verderop aan de warming up waren begonnen. Onze jongens. Met een missie: de titel. Een seizoen hard gewerkt om aan het einde van de rit de beste te zijn.

Het sportpark dat werd overspoeld, een oranje invasie. De kleintjes linea recta naar een bijveld. Voetballen. Al die spelertjes in exact hetzelfde trainingspak met #wijzijnseolto op de rug, geschonken door trouwe sponsoren. Meer drank. Een jeugdtrainer die voor vuurwerk had gezorgd. Met z’n team de brand erin. Hoesten en proesten. Volgende keer rookbommen maar niet ín de tribune afsteken.

Een indrukwekkende minuut stilte. Ieders gedachte naar de erevoorzitter die het niet meer mee mocht maken, verdriet. In de stromende regen onder een parasol. Een parasol is zinloos bij regen, weet ik nu. Grote schaal met frikadelletjes. Het eerste uur was billenknijpen. Eindelijk de bevrijdende 1-2, de spelers op zoek naar de meest gepassioneerde clubman. Kroelen, stiekem en snel een slok bier door die lange in de spits.

Na het laatste fluitsignaal het veld op. De beloning in ontvangst nemen. Daarna snel terug naar de thuisbasis. Weer drank, heel veel drank. Buiten de lichtmasten aan, zodat de hummels konden doen wat ze het liefste doen. ‘Ze zijn er.’ Het gonsde door de kantine. De gladiatoren die één voor één liefdevol werden verzwolgen door de massa, begeleid door een persoonlijk woordje. Feest, tot in de late uurtjes.

IMG_0372.JPG
De volgende ochtend werd ik wakker. Op de bank, kleren nog aan. Liggend op mijn buik, één arm bengelde richting grond. Een alcoholwalm, rode wijnvlek op mijn borst. Mijn fiets in de woonkamer. Jas op de vloer, net als een schoen. De andere vond ik later in het toilet. Bonkend hoofd, droge strot. Ik bekeek de foto’s en filmpjes op mijn telefoon. Dansen, zingen, juichen, lachen. Ik zag het zielsgeluk van een voetbalfamilie.

Advertenties
HET ZIELSGELUK VAN EEN VOETBALFAMILIE

FEYENOORD KAMPIOEN

Mijn opa en oma waren voor Ajax. Daarom hun zoons ook. Een aantal van hen geboren en getogen in Betondorp. Dus Ajax zit ook in mijn hart. Da’s logisch, van generatie op generatie. Ik woon in het puntje van West-Brabant, vlakbij de brug richting Rotterdam. Dat verklaart de vele Feyenoord-fans in onze regio.

Woensdagmiddag, drie bordjes met broodjes hagelslag. Mijn kinderen waren destijds vijf en zeven, ofzo. Een van de beste vriendjes van mijn jongste telg op visite. Het ventje had een seizoenkaart van Feyenoord, samen met z’n vader. Om de week lieten zij zich pijnigen in De Kuip.

‘Pap, mogen we onze broodjes boven opeten?’
De vloer van slaapkamers en overloop bestrooid met chocolade korreltjes, dat wilde ik niet.
In een onbewaakt ogenblik trippelden mijn zoontjes toch de trap op. Inclusief hun broodjes met hagelslag.
Grote ogen bij het vriendje vanwege de ongehoorzaamheid. ‘Oho.’
‘Jij mag ook naar boven, hoor.’
Kereltje liep naar de deur.
‘Maar dan moet je wel eerst zeggen dat Ajax de beste club van Nederland is.’
Een gebbetje.
Hij had de klink al vast.

Zonder iets te zeggen draaide het vriendje zich om en wandelde naar het midden van de woonkamer. Hij schoof het kleine stoeltje onder het tafeltje vandaan en ging zitten, met z’n ruggetje naar mij toe. Geduldig verorberde hij het broodje, stond op en zette het stoeltje terug op z’n plaats. In de deuropening keek hij me doordringend aan, geen emotie van z’n gezichtje te lezen. Met de rug van z’n handje veegde hij z’n mondje af. En rende naar de eerste etage.

Nu, na al die jaren bol van teleurstellingen, vernederingen soms, eindelijk de hoofdprijs voor Feyenoord. Kan niet meer misgaan.

Aan het vriendje: gefeliciteerd met het welverdiende kampioenschap, maatje. Maak er een onvergetelijk feest van. Het is je gegund.

FEYENOORD KAMPIOEN

IN DIE TENT

Ooit, ik was 16 jaar en speelde in een jeugdteam van ons clubje. Later zou ik in het eerste gaan voetballen. Ik was vastbesloten. Omkleden in die mysterieuze kleedkamer aan het einde van het gangetje waar je nooit mocht komen. De supporters vermaken en verdedigers vernederen op het hoofdveld. Dat wilde ik. Maar bovenal verlangde ik naar een shirt met een rugnummer. En ik wist al welk nummer. Elf.

Aan het einde van dat seizoen vierde Seolto haar 50-jarig jubileum. Er was een tent, zo groot als de parkeerplaats. In die tent was het feest. Een week lang. Het was druk in de tent. Het leek wel of iedereen uit Zevenbergen aanwezig was. Dus ook de spelers van het eerste. Die malle keeper met z’n krulletjes, de spits met oranje haar die niet met de wreef kon schieten, de aanvoerder die lachend benen van tegenstanders brak, de scheldende verdediger met z’n ronde brilletje als iemand z’n best niet deed en dat kleine middenveldertje met het deftige taalgebruik. Allemaal waren ze er. Daar wilde ik ook bijhoren, want dat was Het Eerste.

Over enkele maanden zijn we weer jarig. Op 12 mei zullen we 75 jaar bestaan. Er zal wederom een tent worden opgezet. En ook dan zal die tent tjokvol zijn. Een daverend feest wordt ‘t. Want daar zijn we goed in.

Ons vlaggenschip degradeerde vorig seizoen uit de derde klasse. Verdrietig, maar geen paniek. De club is in beweging. Gestaag bouwen en opleiden, zaaien en daarna oogsten. Er wordt niet geëist dat het eerste volgend jaar weer een klasse hoger speelt. Maar wat zou het prachtig zijn als dat toch lukte, stiekem. Dat de mannen van Arno de Vries de kampioensschaal die uitpuilende tent binnendragen. Springend, dansend, lachend, zingend, drinkend. Juist dan, in die tent.

Ik heb de mazzel gehad dat ik in de jeugd kampioen mocht worden en niet zo heel lang geleden met m’n maatjes nog eens. Ergens daartussenin ook met het eerste, twee maal zelfs. Jeugdkampioentjes mogen zoveel frietjes en chippies eten als ze op kunnen. Een feestje bouwen met de vriendjes, trainers, papa’s en mama’s. Da’s leuk. Met de oudjes van het vierde dronken we bier. Meer dan dat we op konden. Een fantastische avond met de spelers en de sponsors. Het was geweldig.

Kampioen worden met het eerste is anders. Dan viert niet alleen het elftal de overwinning, maar de gehele vereniging. Dus ook de trouwe supporters die in weer en wind langs de lijn staan. En de mensen die een aantal keer per week de bar bemannen. En de bestuursleden. En de wasjuffen. En de poetsdames. En het team dat overdag het terrein onderhoudt, onzichtbaar en onmisbaar. En alle andere leden en oud-leden. Iedereen.

Dan slaat Manolo op z’n trom en word je naar binnen geroepen. Mensen op de vloer, mensen staand op stoelen, mensen zittend op de bar. Eén oranje intens gelukkige zee. Verzwolgen worden. Schouderklopjes, complimentjes, knuffels, kroelen en kussen.

Kampioen word je echter niet vanzelf. Twee keer in de week trainen. Ook als je pijntjes hebt. Of geen zin. Of als het regent. Of het meissie vraagt om aandacht. De borst vooruit als het koppie liever wilt hangen. De mouwen omhoog mochten de voeten een keer niet kunnen. Elkaar scherp zetten en accepteren. Voor jezelf, voor je medespelers, voor al die vrijwilligers, voor de club. Je zit op de bank of wordt gewisseld. De frustratie omzetten in wilskracht. Jij wilt, jij moet, jij zult, jullie winnen. Kampioen worden is een keuze.

Maak ons trots. In die tent.

IN DIE TENT