CADEAU VOOR MIJN ZOON

Lieve Jesper,

Eens per jaar, ergens in de zomer. Voor jou een hoogtepunt. Dan gaan we samen achter de laptop zitten en mag je een voetbaltenuetje uitzoeken. Club en speler naar wens. Je dubt de weken die voorafgaan, zie ik. Wordt het Barcelona, Manchester United, Ajax of toch Real Madrid? Messi, Ronaldo, Ibrahimovic, Pogba, Fischer, Griezmann. De shirtjes van de groten der aarde lagen in de kast. Jouw idolen.

Ditmaal echter geen eigen keuze. Ik heb besloten. Nouri, nummer 34. Ik zal je uitleggen waarom.

Ik weet dat je droomt. Van alle grote stadions, de mensen vermaken, belangrijke goals scoren, toegejuicht worden uit tienduizenden kelen. Ajax, Oranje, later de stap naar de Premier League wellicht. Jezelf identificeren met die naam op je rug. Net zo beroemd, een heldenstatus bereiken. Blijf dromen, vriendje. Blijf dromen. Want die jongensdroom is zo intens. Maar begrijp me goed: van mij hoef je geen profvoetballer te worden. Voetballen bij ons eigen cluppie in het dorp is prima. Maak plezier, heb het leuk met je teamgenootjes en geniet van het spelletje. Niveau ondergeschikt.

Ook Nouri kon fantastisch ballen, bezat een extreem talent. Zelfs vergeleken met Johan. Illustere Johan Cruijff. Al zo jong bewonderd door velen, dikke auto, meer dan riant salaris. Ondanks de roem en het geld gewoontjes gebleven, respect voor ieder ander. Bescheiden, beleefd, niet opgeven na een tegenslag. Geen maniertjes, altijd die gulle lach.

Daarom. Juist zíjn shirt.

Misschien ga jij ergens in uitblinken. Morgen, volgende maand, straks, ooit. De beste van de klas (haha), sterspeler van het elftal, een kei in je werk, twee mooie meiden aan iedere hand. Laat dan anderen zeggen dat je het goed doet en wees zelf in stilte trots. Zoals hij.

Telkens als je het shirt aantrekt. Voor een training, naar het zwembad, op het veldje voor ons huis. Of later boven je bed. Denk dan even aan die kleine geweldenaar. Heel even maar, paar seconden is voldoende. Hoe hij het deed. Besef en gedraag als Nouri.

Snap je?

Fijne vakantie, maatje. Dik verdiend.

Papa

Advertenties
CADEAU VOOR MIJN ZOON

GELOOF

Wie ooit eens door Noord-Ierland heeft getourd, kent de schoonheid van het landschap. Uitgestrekt. Groene parken, verborgen grotten, verlaten ruïnes. De ruige kust en mystieke meren. Rust, kalmte, harmonie. Zo lijkt het.

Maar dan Belfast. Die muur, dwars door de stad. Om vrede te bewaren tussen twee partijen. Protestanten en katholieken. De Union Jack of het groen-wit-oranje van de republiek. Geen middenweg mogelijk. Het geloof de oorsprong van deze tweespalt. Heilige geschriften prediken meestal verdraagzaamheid en respect. Gelovigen lezen vaak echter anders. Helaas onderlinge haat diep geworteld in de genen. Niet eens zo heel lang geleden: provocatie, gepantserde politiewagens, rellen, moord, bomaanslagen. Een warzone in het noorden van Europa.

Als voetballand is Noord-Ierland onbeduidend. Allicht. Want als je tegen elkaar knokt, ga je niet van de tegenstander winnen. Nimmer mochten ze om de prijzen spelen tijdens een Europees kampioenschap. Ze hadden George Best. Geniaal, genoemd in één adem met de allergrootsten. Pelé, Maradona, Cruijff. Fabuleuze dribbels, schitterende goals. Hij bracht hoop in de harten van de fans. Tussen het proosten en wippen door. Toch, zelfs aan de hand van Georgie Best, lukte het niet.

September 2014. Start van de kwalificatie voor het EK in Frankrijk. De eerste wedstrijd werd gewonnen. Net als de tweede. En de derde. Bovenaan in de poule. Als één man achter het team. Noord-Ierland durfde te dromen. Het onmogelijk geachte trachten mogelijk te maken. Aan het einde van de rit groepswinnaar. Plaatsing voor een eindtoernooi. Eindelijk.

De werkelijkheid is zoveel mooier als je er eerst van droomt. Hunkeren, smachten, fantaseren, mijmeren. Daarna de beloning. Intens genieten. Natuurlijk gaan ze geen Europees kampioen worden. Dat hoeft ook niet. De belangrijkste overwinning is allang behaald; in dat verdeelde landje is soms, heel even, maar één religie. Football.

GELOOF

HEIMWEE NAAR DE MEER

Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat De Meer werd afgebroken. Het stadion waar illustere namen hun kunsten vertoonden. Swart, Keizer, Van Basten, Bergkamp. En natuurlijk Cruijff. Het publiek wist dat het zou gaan genieten van een galavoorstelling met drie goals. Minimaal. Tegenstanders legden zich er op voorhand bij neer dat ze die middag slechts zouden figureren. Ajax was machtig.

Toen de ArenA. Groter, luxer, moderner en indrukwekkender dan De Meer. Maar minder knus, veel minder sfeervol. Toeval of niet, ook het voetbal ging achteruit. Godenzoden bleken plots overwinnelijk, het veld niet meer dan losliggende plaggen. Het theater gedegradeerd tot bioscoop en helden werden pannenkoeken. Vooral dat laatste erg pijnlijk. Vroeger kwamen de Europese grootmachten met knikkende knieën naar Amsterdam. Tegenwoordig meent zelfs FK Jablonec een kans te maken. Brutaal, met branie en bluf. Eens óns handelsmerk.

Ooit kochten we de rechtsback van Sparta. Een eenvoudige voetballer. Dat wist-ie zelf ook. Toch groeide hij snel uit tot de absolute leider van de defensie. Paar jaar later tilde hij de Champions League en de wereldbeker boven z’n hoofd, als aanvoerder. Nu contracteren we een middenvelder van AZ. En de broer, vader en moeder. Om z’n nageltjes te knippen. Wilde een ander rugnummer, liet zich in z’n blote bast fotograferen in een magazine. Vertelde dat hij een echte topsportmentaliteit bezit. Goed voetballen kan niet altijd, vorm is een onverklaarbaar iets. Maar de wil om te winnen, moet je altijd tonen. Over jouw lijk, voorop in de strijd. Zeker wanneer je pretendeert dat je uit dat winnaarshout bent gesneden. Blind deed, Gudelj praat.

Misschien wordt ’t tijd dat de spelers weer gewoon nat worden als het regent. Het jongenslaagje afspoelen, zodat er kerels tevoorschijn komen. Overmars, Jonk, Van der Sar, Bergkamp, Trustfull, De Boer, Bogarde, Stam, Ling, Cruijff. Een wedstrijdje directie en staf tegen de spelersgroep. De oudjes winnen. Ik denk het echt. Moeten ze wel Hennie Spijkerman reserve zetten.

Ik heb heimwee naar De Meer. Gezelligheid, goed voetbal, legendarische goals, geweldige spelers, hiërarchie in het elftal, Europa Cups. Ik weet ook wel dat het voorbij is en nooit meer terug zal komen. We hebben nu eenmaal minder centen dan de clubs in Spanje, Engeland, Duitsland en Italië. Maar laat me lekker dromen. Want dromen over De Meer is fijn.

Op ’n slof en ’n ouwe voetbalschoen
Wordt Ajax kampioen
Wordt Ajax kampioen

HEIMWEE NAAR DE MEER