VERLIEFD WORDEN OP NAC

Het kan niemand zijn ontgaan vorige week. NAC is terug in de eredivisie. Zielsgeluk in Breda en omstreken. Of het terecht is? Bredanaars vinden van wel natuurlijk. Anderen menen wellicht dat het niveau van de selectie niet voldoende is voor het hoogste niveau.

NAC is eigenlijk altijd een amateurclub geweest waar toevallig heel goede voetballers speelden. In de tijd van Lokhoff, Van Hooijdonk en consorten kwam je zaterdagnacht die mannen tegen in de kroeg, beschonken. Geen probleem. En menig ex-speler regelde voor zichzelf een baantje in de organisatie. Hartstikke normaal. Dat kon niet goed blijven gaan.

Inderdaad, ieder jaar een plaatsje lager op eindranglijst. Uiteindelijk degradatie. Toch bleven de supporters komen, massaal. De achttien meest bezochte wedstrijden in de Jupiler League waren de achttien thuiswedstrijden van de Parel van het Zuiden. Geen toeval. In voor- en tegenspoed. Dat is waarom het zo leuk is bij NAC. Geen rellen, niet afgeven op andere clubs (op het legendarische spandoek ‘Kutkruiken’ na). Volledig achter het team staan. Mits de NOAD-mentaliteit wordt getoond op het veld tenminste. Ach, ja. Men stoeft over het aantal liters bier per persoon per wedstrijd. Maar bier drinken is in Brabant een hobby. Sommigen gaan een toernooitje tennissen, een spelletje jeu de boulen, rondje wielrennen of een potje Kolonisten van Catan. Een Brabander gaat een avondje bier drinken. Niet borrelen. Bier drinken. Zonder rem en gêne.

Inmiddels is het amateuristische er wel vanaf. De spelers leven voor hun sport, de juiste mensen in het management die roeien met de riemen die ze hebben, samenwerking met Manchester City. De logische beloning: promotie. Althans, dat vind ik.

Aan alle mensen die een aversie hebben tegen NAC. Of tegen Brabanders. Die een drankgelag maar onzin vinden. Ga eens kijken in het Rat Verlegh-stadion. Dein mee op de maat van Breda, ik hou van jou. Geniet van de ludieke liederen op de tribune. Hoor het gevloek en getier direct gevolgd door hartstochtelijke steun. Ervaar de saamhorigheid. Voel de veiligheid, gewoon met je kindertjes tussen de harde kern. Drink bier. Met je maatje, de buurman, een toevallige passant. Ga, en je zult verliefd worden op NAC. Beloofd.

Advertenties
VERLIEFD WORDEN OP NAC

DE WIJZE LES VAN TELSTAR

Eens per jaar, vlak voor het begin van het nieuwe seizoen. Dan gaan we met z’n drieën op de bank zitten. Ik in het midden, links en rechts m’n zoontjes. De laptop op schoot. Mogen ze een voetbaltenuetje uitzoeken. Club en speler naar keuze. Uit of thuis, volgeplakt met badges. Maakt niets uit, ondanks de onbeschofte prijzen. Want ze hebben een jaar hard gewerkt op school. Dus dik verdiend. Immer kiezen ze voor de grote clubs en de fameuze spelers. Een greep uit de buit van afgelopen jaren: Ibrahimović, Pogba, Messi, Ronaldo, Bale en Griezmann. Later gaan ze ook bij Barça, Real, Atléti of United spelen. Dat is de jongensdroom.

De dagen die volgen willen de mannetjes niet van huis. Bij ieder geluidje dat ook maar enigszins lijkt op het klepperen van de brievenbus stuiven ze naar de deur. In de hoop op een pakketje uit Spanje of Engeland. Eenmaal eindelijk bezorgd, direct aantrekken. Voetballen in de tuin. Dan zie ik ze gefantaseerde tegenstanders passeren, scoren in het met krijt getekende doel. Genieten van het gejuich van denkbeeldige supporters die in de schutting hangen of op het dak van het schuurtje zitten, alleen in hun hoofdjes hoorbaar. Ik herken het. Ook ik wilde in volle stadions spelen. De Meer, San Siro. Verdedigers vernederen en dan een voorzet op Marco. Samen zwaaien naar de fans, armen bij elkaar over de schouders. Ergens in mijn jeugdjaren kwam voor mij het besef: ik bezat niet genoeg talent om de top te bereiken. Later begreep ik ook dat je als betaald voetballer nooit naar de McDonald’s en de kroeg mag. Een profcarrière driedubbel kansloos voor mij. Toch, iedere keer wanneer ik in een stadion ben, vraag ik me af hoe het zou zijn om op dat veld te mogen staan. Het gezang en gejoel van al die supporters op de tribunes, opgezweept worden door de mensen die idolaat zijn van jouw club. Ondanks dat ik weet dat het voor mij niet was weggelegd, voelt het gemis van die ervaring als het ontbrekende stukje van mijn persoonlijke voetbalpuzzel.

Aangezien het in ons gezinnetje bijna de gehele week om voetbal draait, bezoek ik zo nu en dan een wedstrijd met mijn kinderen. Als voetbalvader met je zoon naar het stadion gaan, is onbetaalbaar. De ArenA en De Kuip zagen we meermaals van binnen, ooit togen we naar Gelsenkirchen en ook Camp Nou hebben we gevinckt. Old Trafford en Anfield staan bovenaan onze lijst. Echter, ik wilde een keer trakteren op wat anders. Eens niet naar een voetbalfabriek, maar het pure voetbal beleven. Het werd Telstar tegen VVV Venlo, afgelopen vrijdagavond. De laatste wedstrijd van het seizoen. Telstar zou er een feestje van maken, zo werd er vooraf beloofd.

We kennen natuurlijk allemaal voorzitter Pieter de Waard. Met ideeën die afwijken van anderen in de voetbalwereld. En elke Twitteraar lacht om de humor van Dennis Bliek, de man achter het Witte Leeuwen-account. De ludieke acties van Telstar zijn inmiddels befaamd in liefhebberland. Sommigen bestempelen het clubje uit Velsen als cult, dat doet Telstar zelf ook. Het zit anders, vind ik. Ik zag twee vrijwilligers die oprecht worden gewaardeerd. Zelfs nadrukkelijk in het zonnetje werden gezet door de excentrieke en charismatische preses. Bij Telstar hebben ze respect voor ieder ander en beschimpen ze de eigen tekortkomingen. Dat is geen cult, maar een identiteit.

FullSizeRender 26
Opeens spotte ik een aantal bekenden, in het hoekje van de Oosttribune. Ik schudde handen, deelde bier met een van de jongens van de harde kern en leerde dat voor een Arnhemmer het winnen van de bekerfinale te vergelijken is met tantra seks. Om mij heen een stickerkoning, de voltallige directie van het bekendste kledingmerk van Nederland, een Twitterfenomeen, straatverfraaiers, een gereïncarneerde Duitse dichter, een YouTube-ster, een nodeloos kwetsende blogger, een binnenkort debuterende Haagse poëet, de kabouter-fotograaf, een deel van het brein achter de Grote Hi-Ha-Hondelul Voetbalshow, de seizoenkaarthouder uit Zürich, een van de presentatoren van een voetbalkanaal. En de linksbuiten van Seolto 5. Allemaal in het wild. Het publiek beroemder dan de spelers.

Ik stak de sleutel in het contactslot. Enthousiasme op de achterbank. Met Jomanda op de foto geweest, FIFA-tips gekregen, iedereen die hun petjes vet vond, een rookbom. Ook: ze verkopen pizza en snoep in de kantine. In mijn binnenspiegel zag ik twee glunderende gezichtjes.

Dáárvoor nam ik mijn nozems mee naar Telstar. Voor de wijze les. Je hoeft niet de beste te zijn om het leuk te hebben.

FullSizeRender 30FullSizeRender 28FullSizeRender 27FullSizeRender 32IMG_0053FullSizeRender 29FullSizeRender 25FullSizeRender 33IMG_0056IMG_0057IMG_0031FullSizeRender 36IMG_0071FullSizeRender 34FullSizeRender 35FullSizeRender 39FullSizeRender 45FullSizeRender 47FullSizeRender 49FullSizeRender 48FullSizeRender 41IMG_0179FullSizeRender 40FullSizeRender 44FullSizeRender 37FullSizeRender 43FullSizeRender 46IMG_0217FullSizeRender 38FullSizeRender 42

DE WIJZE LES VAN TELSTAR

NOG 29 NACHTJES SLAPEN

Iedere zaterdagmiddag hijsen we ons in het oranje. We zijn ouder, kaler, dikker en krakkemikkiger dan vroeger. De benen doen niet meer wat de ogen zien, gemiddelde leeftijd al ruim boven de veertig. Steeds vaker worden we weggestopt op het verste veld van het complex. Met hobbels en kuilen. De thee is in de rust niet te zuipen, want we zijn de suiker niet waard.

FullSizeRender 23

Het gaat niet lekker dit seizoen. Stijf onderaan, zeven punten los. Slechts één overwinning behaald. Die koesteren we. Al weet niemand meer tegen welke tegenstander het was. Degraderen kan niet, want een elftal heeft zich een paar maanden geleden teruggetrokken. Dus waarschijnlijk volgend jaar eenzelfde getob. Maar het deert ons niet. Tuurlijk winnen we liever. Het gaat ons echter om het plezier. Samen sporten, lachen en aansluitend dronken worden.

In het dagelijks leven zijn we gedreven medewerkers of succesvolle zakenlui. Directeuren, gelikte verkopers en bovenal leuke vaders voor ons kroost. Eenmaal op de voetbalclub veranderen we. In voetbaldieren. Passie voor het spel en de drank. En eens per jaar het hoogtepunt: een weekendje op pad.

Binnenkort is het zover. Naar een gehucht in Drenthe. We huren een chalet met een grote veranda. Paintballen, beachvoetvolley, Kubb. Een potje kaarten in de avond, FIFA op het scherm. Hilarische quiz, één van ons gaat zingen. Striptease voor de jarige. Liters bier, frikadellen en kroketten. Allemaal rond de barbecue. Tot in de late uurtjes heel erg veel lol. Hulde voor de vieze windjes tijdens het ontbijt.

Al die verantwoordelijke mannen: nog 29 nachtjes slapen. Dan gaan we weer.

NOG 29 NACHTJES SLAPEN

DE GROTE HI-HA-HONDELUL VOETBALSHOW

Ik had het gevoel dat ik in een voetbalkantine was beland, afgelopen maandag. Samen met de vriendin en mijn zoontjes was ik in het Patronaat te Haarlem. Op de tweede rij bij de Grote Hi-Ha-Hondelul Voetbalshow. Sfeervolle muziek, shirtjes aan de waslijn. Ergens daartussen een beha met droomcups. Rondom mij een voetbalelftal. Althans, dat vermoed ik. Gezien het hoge tempo waarin de bierglazen werden doorgegeven, begeleid door veel geroep en wild gezwaai. Kolder, voetbal, gezelligheid en bier. Mijn gezinnetje aan mijn zijde. A perfect night out.

15978095_1040653066041369_192920863501537735_n

De avond werd geopend met een solo-optreden van Jomanda, één van de 1.963 vrijwilligers van Telstarrrrrrrrrrrrr. Een luchtgitaarshowtje. Akoestisch zelfs, extra moeilijk. Gevolgd door een hilarische en onverstaanbare persiflage van Michael van Gerwen door cabaretier Martijn Koning.

Daarna vertelde Pierre van Hooijdonk dat hij geniet van het vrije en Bourgondische leven. Hij voetbalt op zaterdagmiddag met zijn maatjes in een amateurteam. Zweten verkiezen boven het wandelen op de golfbaan. Beek Vooruit 1 speelt echter in dezelfde competitie als het eerste van mijn eigen voetbalclubje. Dus ik zie hem weleens ballen. Die opmerking over het zweten klopt niet, kan ik verklappen.

Vlak voor de theepauze. Een lokale poëet droeg zijn beste spinsels voor en schonk na ieder puntgedicht op ludieke wijze de aanwezigen een exemplaar van zijn werk. Boekjes vlogen door de zaal.

De tweede helft Tom Beugelsdijk aan de aftrap. Afgetraind lijf, scherp in z’n uitspraken. Humoristisch, ontwapenend en zo puur.
‘Eet je weleens Chinees?’
‘Ja, op Tweede Kerstdag nog.’
Een jong om van te houden.

Er werd een krukje op het podium geplaatst. En een microfoon. Een juffrouw in kort rokje zong een liedje. Over haar verder perfecte man die maar niet beffen wil. Ze at graag roze koeken, meldde ze ook. Uit enthousiasme zat ze soms net iets te wijdbeens. Recht voor mijn neus. Het was een leuk liedje, dat wel.

Tenslotte verscheen Peter Bosz ten tonele. Hippe jeans inclusief gat en witte vlekjes. Kekke schoenen met slangenprint. Zelfverzekerd zonder arrogant te zijn. Hij nam plaats in de gereserveerde kuipstoel. Achter hem een afbeelding van de hoofdpersoon, levensgroot. Een treurige blik. Hij keek niet graag naar zichzelf, biechtte hij op. Meerdere plaatjes volgden. Van vroeger, in Feyenoord-tenue. Nog met de krullen. Hij vertelde de interviewers over de enorme druk op de schouders, repte over zijn voetbalzoon en bleek een trotse opa.

Plots een foto van een bankje. Lekker weer op het complex van Maccabi Haifa. Rechts Peter Bosz, links Jordi Cruijff. In het midden Johan. Johan Cruijff. Ontspannen lachend, alsof de dood niet loerde. Een siddering door het theater. Iedereen keek zwijgend naar de overleden legende. Ik voelde kippenvel.

De grote trainer van Ajax werd een klein jongetje. Ik zag het gebeuren. Nog net voordat het te laat was, mogen vragen aan zijn held. Liefst een hele week lang. Zijn voet wiebelde onrustig heen en weer. Alsof het een bal zocht. Want als je een klein jongetje bent, biedt de bal troost en veiligheid in tijden van verdriet. Hij sprak over Johan in tegenwoordige tijd. Viel me op. Zoveel respect en adoratie voor het icoon in de hemel. Zelfs liefde is niet het juiste woord.

De jongens stuiterend op de achterbank. Op de foto geweest met Tommy Beugelsdijk. Doch mijn grootste plezier: dotje hield niet van voetbal, maar na maandagavond een beetje meer.

DE GROTE HI-HA-HONDELUL VOETBALSHOW

REPORTER

Gisteren was ik namens FC Afkicken aanwezig bij de bekerwedstrijd Halsteren tegen Capelle, als reporter. Iets nieuws voor mij. Vertellen over wat je ziet is toch iets anders dan schrijven wat je hebt beleefd. Ik zag het als een uitdaging om mee te werken aan een uniek project opgezet door voetballijpen. Zelfs mijn dotje beloofde te kijken. Terwijl zij helemaal niet van het spelletje houdt. Ik had me goed voorbereid. Kende de namen van de trainers en verheugde me op de kunsten van de meest aansprekende namen in de selecties, Mathew Amoah en Tim Vincken.

De meneer in het voor hem te kleine hokje aan de poort keek wel eens naar ‘onze’ show, vertelde hij enthousiast. Ik merkte aan mezelf dat ik het leuk vond om te horen. Ondanks dat het voor mij de eerste keer was dat ik een bijdrage leverde aan een uitzending. Net Joep Schreuder, borst vooruit, kuierde ik over het pad naar de velden en kantine.

Het complex van Halsteren omringd door bossen, rustieke sfeer. Een grote tribune aan de lange zijde van het veld. Daar recht tegenover de kantine van waaruit men ook de wedstrijd kon volgen. De hoge bomen zorgden bijna overal op het veld voor schaduw waardoor de temperatuur enigszins aangenaam werd. Een egale mat, de geur van vers gemaaid gras, een walmende snackkar en supporters met een biertje in de hand. De ideale ambiance die de cupkoorts deed verhogen.

Als een geroutineerde verslaggever interviewde ik de trainersstaf van de thuisploeg en sprak ik met de helaas geblesseerde Tim Vincken. In alles nog steeds een prof. Afgetraind, gemotiveerd, zorgvuldig z’n woorden kiezend. Ik vroeg naar het belang van de wedstrijd, peuterde een voorspelling los en wenste allen succes. Vlak voor het beginsignaal zocht ik een strategisch plekje op. Midden tussen de supporters.

De eerste helft viel er weinig te beleven. Beide defensies hadden hun zaakjes behoorlijk op orde, veel strijd tussen de middenlinies. Op een vuurpijl van Capelle en een rollertje van Halsteren na geen spannende momenten.

Na de rust echter een geheel ander beeld. Het leek erop dat zowel de bezoekers, maar ook de gastheren ervan doordrongen waren dat een midweekse verlening niet wenselijk was. Het tempo ging omhoog, evenals het aantal foute passes. Capelle kwam op voorsprong. De boomlange spits kopte beheerst tegendraads een afgemeten voorzet in. Ik appte naar de regie: 0-1. Even later werd ik gebeld via Skype. Ik zat in de uitzending. Live. Na mijn update begon de groepsapp van Seolto 5 te ratelen. Mijn teamgenoten zaten thuis massaal achter de laptop te kijken. Ik werd doodgegooid met adviezen en teksten voor mijn volgende momentje. Alles uiteraard onbruikbaar.

FC Afkicken

Door de onzin miste ik bijna het tweede doelpunt. Een identieke goal. Wederom een scherpe voorzet vanaf links en weer dezelfde spits die met het hoofd afrondde. Ik praatte de kelder bij over de 0-2. De mensen rondom mij keken raar op. Want, opeens draaide ik me om, met de rug naar het veld, en begon te praten tegen mijn telefoon. Doordat ik oortjes in had, konden ze het gesprek niet volgen. Een ventje van een jaar of acht kwam naar me toe en vroeg me wat ik aan het doen was.
‘Ik ben vlogger. Maar dan voor kinderen ouder dan elf’, antwoordde ik hem.
Het kereltje zichtbaar onder de indruk.

Halsteren was geknakt en kon geen vuist meer maken. Zo’n twintig minuten voor tijd viel ook nog de derde Capelse treffer. De wedstrijd kabbelde naar het einde.

Inmiddels is het al weer ruim vier jaar geleden dat ik het eerste elftal verruilde voor een bier-en-tieten-team. We spelen iedere zaterdagmiddag onze wedstrijdjes. Als we winnen, drinken we een pilsje en als we verliezen ook. Ik heb het prima naar mijn zin. Maar soms mis ik het. De spanning, de drukte op de tribune, aanzwellend geluid bij gevaar voor het doel. De jonkies in de warming up, kijkend naar de klok. Hopend op speelminuten. De voetballerij in de regio. Iedereen kent elkaar. Gisteren had ik weer even zo’n mismomentje. Ik besefte ook wel dat mijn fysiek te wensen over laat. Zeker na de vervelende start van vorig seizoen en de dramatische (voor mij) doch hilarische (voor alle anderen op en rond het veld) penalty van een half jaar geleden. Maar toch.

Ruim na het laatste fluitsignaal. In de bestuurskamer. Flesje bier in mijn hand en eentje voor mijn neus. Ik probeerde de interviews die ik had opgenomen via de ether te zenden naar de redactie. Lukte niet, wifi niet sterk genoeg. Er liep iemand achter me langs en tikte me op mijn rug.
‘Hé Van Dam, doe jij straks de deur op slot? Deed je vroeger bij je eigen clubje toch ook altijd.’

Gelukkig. Ik was nog niet vergeten.

REPORTER

ENGELSE PASSIE IN VLAANDEREN

In mijn voetbalteam draait het niet om winnen. Plezier maken is het grootste goed, zowel op het veld als daarbuiten. We vinden het nog steeds heerlijk om iedere week een balletje te trappen, maar nog belangrijker is het samenzijn. Na de wedstrijd een pilsje drinken en zo nu en dan met elkaar op stap. We hebben binnen het elftal zelfs een heuse activiteitencommissie die enkele malen per seizoen wordt geacht leuke dingen te organiseren. Zo ook afgelopen vrijdag. Een wedstrijd bezoeken van Antwerp FC en daarna de kroegen van Antwerpen in. De perfecte afsluiting van een drukke werkweek. Wij in de bus, worstenbroodjes smikkelend. Blikjes bier werden over de hoofden doorgegeven naar achteren. Een typisch mannenuitje.

Het was maar een kort wandelingetje naar het stadion. In kapitale letters trots de clubnaam op de achterkant van de tribune. Royal Antwerp Football Club. Als liefhebber van de Britse en Ierse manier van sport beleven ging mijn hart sneller kloppen. Wat ’n uitstraling.

Ik beklom de betonnen treden zoals het hoort: linkerhand een biertje en rechterhand een bundeltje FootballCulture-stickers. Alsof ik in de jaren ’60 was beland. Stokoude tribunes, houten bankjes, staander voor mijn neus ter ondersteuning van het dak, gebladderd verf. Zelf weten waar je gaat zitten. Wat ’n nostalgie.

Ons vak stroomde langzaam vol. Uiteindelijk helemaal gevuld. Het gezang zwol aan, in het Engels.

Royal Antwerp, Football Club
Royal Antwerp, Football Club
Royal Antwerp, Football Club
Royal Antwerp, Football Club

Aan één stuk door, ritmisch en dwingend. Minutenlang. Kracht bijgezet door het geklap van alle supporters, niemand uitgezonderd. Massaal de helden in rood opjuinen, daar op het veld. Om de beurt bier halen. Wat ’n sfeer.

Een spandoek maakte duidelijk wat Royal Antwerp Football Club is. Oud, maar groots: The Great Old. De Bosuil, karakteristiek, de tunnel onder de tribune door, een muurtje om tegen te piesen. Historie, fanatieke fans, respect naar de spelers ondanks de nederlaag, liefde voor de club. Engelse passie in Vlaanderen.

Wat ’n belevenis.

ENGELSE PASSIE IN VLAANDEREN

DE EXEN VAN GERTJAN VERBEEK

Laatst was ik in het Bredase café De Bommel. Een voetbalavond gedoopt ‘Bier & Ballen’. Enkele keren per jaar wordt dit festijn georganiseerd en gepresenteerd door Sjoerd Mossou en Chris van Nijnatten. Het concept simpel. Een kroeg vol mannen. Op het podium bekende journalisten, schrijvers en andere figuren uit de voetballerij die hilarische verhalen vertellen of voorlezen. In de pauzes een zanger en op de schermen aan de wand nostalgische foto’s en filmpjes. Tenslotte, iedereen drinkt bier. Veel, heel de avond. Humor, voetbal en drank. Een mannenhand is snel gevuld.

Tijdens de voorgaande vijf edities werden de aanwezigen vermaakt door anekdotes van Leo Beenhakker, Marcel van Roosmalen, Nico Dijkshoorn, Sierd de Vos, Guus Hiddink, Ronald Helwegen, Willem van Hanegem, Jan Mulder en Ruud van Nistelrooy. Deze ronde Gertjan Verbeek en Michel van Egmond. De man die sneller bestsellers schrijft dan Lewandowski goals scoort. Muzikaal bijgestaan door Björn van der Doelen, met wilde baard en gevoelige liedjes.

Het was gezellig in De Bommel. Kleine setting, dichtbij het podium, samen piesen met een BN’er, Brabantse gastvrijheid. Knus. Hierdoor waren de gasten op hun gemak. Heel anders dan ze op televisie overkomen. Verbeek bijvoorbeeld erg vriendelijk en grappig. Zelfkritisch ook. Schril contrast met diezelfde Verbeek die onlangs op een persconferentie tekeer ging tegen een Duitse journalist. Hij bleek zelfs zachte kanten te hebben waar ik eerder dacht dat hij een onbehouwen boerenpummel was. Door het huiselijke sfeertje lieten de hoofdpersonen wél het achterste van hun tong zien. Tipjes van sluiers werden opgelicht, eerlijke meningen geuit en geheimpjes prijsgegeven. Voor de camera’s gebeurt dit juist niet. Het publiek waardeerde dat. En sloot derhalve stilzwijgend een herenakkoord. Wat wordt verteld in De Bommel blijft in De Bommel. Daarom kan ik eigenlijk verder niet uitweiden over hetgeen gezegd op die bewuste avond.

Dus. Maar.

Als ik zoveel exen had als Gertjan Verbeek, zou ik ook vluchten naar Duitsland.

DE EXEN VAN GERTJAN VERBEEK