MET MIJN VRIENDJE NAAR HET BELOOFDE VOETBALLAND

Het was donker op de bovenverdieping. Slechts het licht in de badkamer brandde. Moe en fris gedoucht, na een drukke dag. Een walm achtervolgde me. Stoom, deodorant. Mijn jongste zoontje lag net in bed. Ik kroop bij hem onder de wol. Dicht tegen elkaar aan. Nog even kroelen voordat de nacht begint. Toen zoonlief nog heel klein was, noemde hij het ‘samen slapen’.

Hij was drie. Gingen we de oudste naar de training brengen. Vooraf een balletje trappen, meter of tien. Aannemen, terugspelen. Serieus en gedreven. Apetrots na een complimentje. ‘Pap, wanneer mag ik met de grote jongens meedoen?’ Al op jonge leeftijd had hij het voetbalvirus te pakken. Heftig, hardnekkig en ongeneeslijk. Net als ik.

‘Ik heb een verrassing,’ zei ik. En kriebelde met mijn tenen zijn rechterbeen.
‘Wat dan?’
Hij ging rechtop zitten, volledige aandacht.
Ik vertelde dat ik twee kaartjes had geregeld voor een thuiswedstrijd van Chelsea. Zijn favoriete club uit het beloofde voetballand. Hand in hand tussen de zingende supporters naar het stadion lopen. Plaatsen vlak achter de dug-out, de passie voelen op de tribunes. Overnachten in het Chelsea-hotel, rondleiding door Stamford Bridge, de volgende dag ook nog naar Wembley. Een week voor Kerst, volop gezelligheid in Londen. Sfeer, lampjes en overal blije mensen. Op pad met mijn vriendje. Zonder de meiden en bemoeiachtige broer. Geen huiswerk, niet de hond uit hoeven laten. McDonald’s, misschien wel drie keer. Alleen wij tweeën. Met onze liefde. Voetbal.

Ik had mijn tanden gepoetst. Dan maak ik altijd nog een rondje langs mijn kroost, voor het slapen gaan. Hij lag overdwars in bed. Z’n iPad stond nog aan, had hij stiekem tevoorschijn getoverd. Een filmpje. De mooiste doelpunten van Chelsea. Vriendje kan niet wachten. En ik ook niet.

Advertenties
MET MIJN VRIENDJE NAAR HET BELOOFDE VOETBALLAND

TRAUMA

Ieder jaar eenzelfde ritueel als we op de camping arriveerden, waar ook in Europa. Pa draaide de pootjes van de caravan naar beneden en moeders laadde de auto uit. Ik ging direct op pad. Met m’n crossfiets, bal onder de arm. Op zoek naar jongetjes die met me wilden voetballen.

Altijd vond ik ze. Wat ook de  nationaliteit was van mijn maatjes, we spraken dezelfde taal. De taal van voetbal. Schat ligt onder, om de beurt keepen, scheidsrechter niet nodig. Een heerlijke tijd.

Zomer 1988, ik was dertien. Trots als een pauw paradeerde ik over een Duits vakantiepark richting voetbalveld. In mijn Adidas-tenue. Leeuw op mijn borst, grote letters ‘Holland’ op mijn rug. Europameister, dat was ik.

Voor het restaurant stonden twee doeltjes. Veel kereltjes aan het voetballen, allemaal Duitsertjes. Ouders op het terras. Bier en wijn. Of ik mee mocht doen, vroeg ik. Ze keken naar mijn shirt en daarna naar elkaar. De blikken in die oogjes, onverschilligheid. Mijn Europees Kampioenschap in het niet bij hun wereldtitels. Zelden heb ik me zo geminacht gevoeld.

Ik had het mijn zoontjes gegund. Die ster. Een teen waren we ervan verwijderd. Eén teen. Het mocht niet zo zijn. Voordat we weer een Nederlands elftal hebben dat zich kan meten met de toplanden zal mijn kroost volwassen zijn.

Als het ooit zover komt. Dat we de allerbeste zijn. Dan ga ik op vakantie in Duitsland. En zoek ik ze weer op, die Duitse ventjes. Samen met mijn kleinkind. Of we mee mogen doen, ga ik dan vragen. Om mijn trauma te verwerken.

TRAUMA

WAKKER WORDEN MET EEN PUP

We wilden weer een hondje. Voor ons is er maar één ras: de boxer. Extreme mensenvriend, het idiote enthousiasme als je de huiskamer binnenkomt. Zelfs na een toiletbezoekje word je begroet alsof je drie weken op vakantie bent geweest.

Gisterenochtend hebben we haar opgehaald. Zus, heet ze. In de auto deed ze het goed. Weinig piepen, beetje slapen. Haar nieuwe thuis werd snuivend verkend. Direct dikke maatjes met de kinderen. Ach, het vloerkleed moet al wel naar de stomerij vanwege zindelijkheidprobleempjes. Maar dat was ingecalculeerd.

22281616_1465874026867300_2735883192793144339_n

En toen werd het tijd om te gaan slapen. Haar bench stond klaar. Handdoeken, speeltjes en een lap met de geur van het geboortenest. Mevrouw stribbelde echter behoorlijk tegen.

Na een half uur met gejank, geschreeuw en schel geblaf ging ik naar beneden. Ik besloot om op de bank te overnachten met de bench naast me. Kon ik haar laten weten dat ze niet alleen was, zo had ik bedacht. Dat plan bleek niet te werken. Nog steeds dikke paniek achter de tralies.

In het belang van iedereen (inclusief de buren en mijzelf) nam ik haar bij me op de bank. Dat bracht rust in huis. Ze zocht een plekje dicht tegen me aan. Als vervanging van de warmte van haar moeder en een berg broertjes en zusjes. Eenieder die boxers kent, weet dat boxers niet bij je gaan liggen, maar óp je. Half over mijn hoofd viel ze in slaap. Zij wel. Ik niet, dat duurde een uurtje of twee.

Vannacht ben ik een aantal keer wakker geworden. Omdat er fanatiek aan mijn oor werd geknabbeld. Omdat er grommend aan mijn kussen werd gerukt. Omdat ik wild werd besprongen. Omdat ik geen adem meer kreeg vanwege een snurkend hondje op mijn gezicht. Ik wilde een boxertje, ik kreeg een boxertje.

Ik meende een heel lange gaap te horen. Ergens in de verte. Met één oog zag ik op de klok dat het vijf voor zeven was. Gebroken door het capriolen van ons nieuwe vriendinnetje, ontwaakte ik. We lagen inmiddels lepeltje-lepeltje, Zus en ik. Ze strekte zich uit, na een heerlijke nacht. Langzaam voelde ik mijn rug warm worden. Ik keek achter me. En zag een tevreden hondje. Met een lege blaas.

WAKKER WORDEN MET EEN PUP

DUIT IN HET KUNSTGRASDISCUSSIEZAKJE

Bij dezen een duit in het kunstgrasdiscussiezakje vanuit de kelder van het amateurvoetbal.

Eind juli. Consternatie, een gifje in kippeneieren. Er was een man op televisie. Hij had net dertig van die besmette eieren opgevreten. Dertig. Achter elkaar, zonder te kauwen. De man zag niet bleek, was niet misselijk, had geen buikpuin, leefde nog. Toch werden er miljoenen liters eiwit door het putje gespoeld. Als duizend puberende kereltjes onder de douche. In het belang van de volksgezondheid.

Stel. Je hebt een Billy bij Ikea gekocht. Ondanks dat je geen enkel schroefje, boutje of deuveltje over hebt, stort het kastje in elkaar. Meld dat bij de Klåntenservice en er volgt een terughaalactie. Direct. Geheid. Want, als maar niemand een plankje op zijn hoofd krijgt.

Ha, in Amerika. Een nipje nemen van een bakkie Starbucks-koffie en dan vooraf vergeten te blazen. Een blein aan de binnenkant van je onderlip. Hoe ieniemienie ook, de medewerker wordt ter dood veroordeeld en je ontvangt een schadevergoeding waarvan je zelfs na je pensioen vorstelijk van kan leven.

Make up. Dat smeren we eerst in de oogjes van ratten en apen alvorens het op de markt te brengen. Om een allergische reactie bij een van onze meiden te vermijden tijdens de mooimakerij. Oei, een rood vlekje.

Wij (oud, dik, sloom, slecht) voetbalden vorig seizoen een uitwedstrijd op kunstgras. Bijna het laagste niveau. Slidings maken we sowieso niet op dat plastic. Maar we struikelen we eens over onze eigen benen. Of we zijn op volle snelheid en kunnen dan niet ineens stoppen. Botsing, valpartij.

IMG_1995

We zaten uitgeblust in de kleedkamer. Overal grote, natte schaafwonden waarvan we wisten dat die zouden gaan ontsteken. Het leek wel een scène uit Platoon. Wekenlang je boxershort en bedlaken lostrekken van je heup, een schurende spijkerbroek langs een bonkende knie. Telkens die wond weer openrijten. Dat mag allemaal wel van de Inspectiediensten ter Bescherming van Consumenten.

Schande.

DUIT IN HET KUNSTGRASDISCUSSIEZAKJE

DE NIEUWE LIEKE MARTENS

Na dagen van regen scheen eindelijk de zon op het Duitse vakantiepark. Ik was met mijn zoontjes en een neefje een potje aan het tienen. Bij het andere doel een stuk of zes ventjes, ook met een bal. Geen Nederlanders. Een meisje van een jaar of dertien klauterde over de omheining, vermoedelijk haar broertje in haar kielzog. Rank, maar pezig lijfje, sportkleding. ‘Ze willen tegen ons voetballen.’ Ze knikte met haar hoofd naar achteren en wees met haar duim over haar schouder. Aan haar achteloze houding te zien, was ze vastbesloten. Die anderen een ongenadig pak voetbalrammel geven.

De aftrap werd teruggelegd op mij. Ik speelde door naar links, in de voeten van het meisje. Ze draaide direct open en zocht de eerste de beste tegenstander op. Dreigen, hij werd gedwongen om te happen. Lichaamsbeweging naar binnen, meenemen met buitenkant voet. Het kereltje op het verkeerde been. Ook het volgende slachtoffer passeerde ze, op exact dezelfde wijze. Zo soepel, zo natuurlijk. Mijn linksbuitenhart maakte een hupje. Een ziedend schot laag in de korte hoek. Technisch perfect. Een echo van trillend aluminium. Alle jongetjes op en rond het veld keken elkaar aan. Met grote, verwilderde ogen. Bewonderend en verrast. Dit dametje kon beter voetballen dan zijzelf. Veel beter zelfs.

Zeker na het afgelopen vrouwen-EK zal de jongensdroom ook voor meisjes gelden: spelen in een groot, uitverkocht stadion. Maar om de top te bereiken, is alleen een fluwelen linkervoetje niet voldoende. Er komt meer bij kijken om die droom te verwezenlijken. Passie, strijd, kracht, incasseren, doorzettingsvermogen. IJzeren wil.

We wonnen dik van de Duitsertjes. Het meisje de sterspeelster. Balletje terughalen, verleggen, de ruimte vinden. Overzicht. Binnenkant, buitenkant, met de wreef. Snelheid in het spel houden. Beide benen gebruiken, op gevoel. Fel in de duels, niet miepen na een snoeiharde bal in haar gezicht. Doorgaan met een rode afdruk op haar wang. Acties, assists, doelpunten. Arme mini-Mannschaft.

’s Avonds in het zwembad. Vier jongetjes en een meisje. Op een rij, hangend aan de rand. Om de beurt opdrukken. Het was een wedstijdje. De kleine mannen kwam niet verder dan drie, vier keer. Met moeite. Lillende bovenarmspieren, verbeten grimassen. Ze klom uit het water. Handen op de grond, rug kaarsrecht. Tien keer in een moordend tempo. Met twee vingers in de neus. Toen wist ik het zeker. Marit uit de buurt van Eindhoven wordt de nieuwe Lieke Martens.

DE NIEUWE LIEKE MARTENS

RESPECT MOOIER DAN RIVALITEIT

Afgelopen dinsdag reisde ik naar Rotterdam-Zuid. Om naar mijn jongste zoontje te kijken. Hij mocht twee dagen meedraaien in de Soccer School van Feyenoord, cadeautje van z’n moeder. Ervaren hoe het is om een jeugdspelertje van die club te zijn, de club waar hij idolaat van is. Mijn maatje is het liefst altijd aan het voetballen. In de tuin, het pleintje, zaterdagmiddag op de voetbalclub. Altijd en overal. Laatst vond ik hem midden in de nacht overdwars in zijn bedje. In de foetushouding, de bal met handtekeningen van de spelers van ons eigen eerste, die hij had gekregen toen hij pupil van de week was, stevig tegen zijn buikje aangedrukt. Een bal omhelzen, zoals je alleen de liefde van je leven omhelst. Hij leeft voor voetbal. Maar als Ajacied op Varkenoord, een beetje ongemakkelijk in het hol van de leeuw. Toch ging ik. Uiteraard ging ik. Als vader hoor je langs de lijn te staan. Het maakte mij vroeger ook trots als die ouwe er was, ik weet het nog zo goed.

Het veld werd omringd door een meer dan mans hoog hek. Afgetopt met prikkeldraad. Alsof het echte profs waren die beschermd moesten worden tegen lastige journalisten. Binnen de afrastering krioelden de voetballertjes door elkaar. Allen gehuld in hetzelfde Feyenoord-tenue, speciaal voor de school ontworpen. Ik zag bezwete koppies, aandachtig luisterend naar de trainers. Fanatisme tijdens de oefeningen, glunderen na een goede actie. En ik zag de droom in al die oogjes: later voetballen in De Kuip.

Mijn telefoon rinkelde. Een medewerkster van Ajax aan de lijn. Vorige week had ik een Ajax-shirt voor mijn andere telg gekocht. Hij wel besmet met het juiste virus. Het eredivisie-embleem liet echter los. Daarom had ik het ter reparatie teruggestuurd. De dame bevestigde dat het shirt op de post ging. Kon hij shinen op vakantie, in zijn Nouri-shirt. Zei ze.

Nouri.

Terwijl mijn telefoon in mijn broekzak gleed, moest ik denken aan de ouders van Nouri. Nooit meer kunnen genieten van je kind met zijn beste vriend. De bal. Je kind, dat doet wat hij heel de dag door zou willen doen. Voetballen. Nooit meer. En ik dacht aan Nouri zelf. Hoe hij ons betoverde met zijn genialiteit. Maar ook, hoe hij verbond. Feyenoorders met rugnummer 34, de Marokkaanse en Nederlandse gemeenschappen rouwend in Geuzenveld. Gebroederlijk als één.

Hoofdtrainer Mike Obiku stapte over het veld. Ferme passen. Opeens was hij niet meer de beul die ons in ’95 slachtte. Of de pipo in de hekken. Nee, plots een charismatische man. Die vriendelijk en gepassioneerd de liefde voor hét spelletje deelde met die kleintjes, voor hem onbekend. Een held. Niet mijn held, dat hoeft ook niet. Maar wel voor tienduizenden anderen. Opeens zag ik de schoonheid om mij heen. Overal mensen. Vegen, schrobben, klussen, broodjes smeren, frikadellen bakken, kankeren op een weigerende grasmachine. Iedereen in de weer voor dat clubje. Niet mijn clubje, dat hoeft ook niet. Maar wel voor tienduizenden anderen. Dat besef, respect mooier dan rivaliteit. Dankzij Nouri.

De tranen zullen opdrogen, de pijn zal verzachten. Tijd heelt alle wonden, want de wereld draait nu eenmaal door. Maar laten we veel aan Nouri blijven denken, tot in de eeuwigheid. Respect mooier dan rivaliteit.

RESPECT MOOIER DAN RIVALITEIT

CADEAU VOOR MIJN ZOON

Lieve Jesper,

Eens per jaar, ergens in de zomer. Voor jou een hoogtepunt. Dan gaan we samen achter de laptop zitten en mag je een voetbaltenuetje uitzoeken. Club en speler naar wens. Je dubt de weken die voorafgaan, zie ik. Wordt het Barcelona, Manchester United, Ajax of toch Real Madrid? Messi, Ronaldo, Ibrahimovic, Pogba, Fischer, Griezmann. De shirtjes van de groten der aarde lagen in de kast. Jouw idolen.

Ditmaal echter geen eigen keuze. Ik heb besloten. Nouri, nummer 34. Ik zal je uitleggen waarom.

Ik weet dat je droomt. Van alle grote stadions, de mensen vermaken, belangrijke goals scoren, toegejuicht worden uit tienduizenden kelen. Ajax, Oranje, later de stap naar de Premier League wellicht. Jezelf identificeren met die naam op je rug. Net zo beroemd, een heldenstatus bereiken. Blijf dromen, vriendje. Blijf dromen. Want die jongensdroom is zo intens. Maar begrijp me goed: van mij hoef je geen profvoetballer te worden. Voetballen bij ons eigen cluppie in het dorp is prima. Maak plezier, heb het leuk met je teamgenootjes en geniet van het spelletje. Niveau ondergeschikt.

Ook Nouri kon fantastisch ballen, bezat een extreem talent. Zelfs vergeleken met Johan. Illustere Johan Cruijff. Al zo jong bewonderd door velen, dikke auto, meer dan riant salaris. Ondanks de roem en het geld gewoontjes gebleven, respect voor ieder ander. Bescheiden, beleefd, niet opgeven na een tegenslag. Geen maniertjes, altijd die gulle lach.

Daarom. Juist zíjn shirt.

Misschien ga jij ergens in uitblinken. Morgen, volgende maand, straks, ooit. De beste van de klas (haha), sterspeler van het elftal, een kei in je werk, twee mooie meiden aan iedere hand. Laat dan anderen zeggen dat je het goed doet en wees zelf in stilte trots. Zoals hij.

Telkens als je het shirt aantrekt. Voor een training, naar het zwembad, op het veldje voor ons huis. Of later boven je bed. Denk dan even aan die kleine geweldenaar. Heel even maar, paar seconden is voldoende. Hoe hij het deed. Besef en gedraag als Nouri.

Snap je?

Fijne vakantie, maatje. Dik verdiend.

Papa

CADEAU VOOR MIJN ZOON