SATÉSAUSWINDJE

Het is bijna augustus. En ik ben een man. Dus mijn systeem hunkert naar het nieuwe seizoen. Ik snak er naar dat zaterdag weer het hoogtepunt van de week is. De gehele dag op en rond het voetbalveld. Eerst in de ochtend naar de wedstrijdjes van mijn kleine nozems kijken en ’s middags zelf de wei in met de maatjes van Seolto 4.

Ik moet nog een paar weken wachten. Het gras dat in juni is gezaaid, is namelijk nog niet volgroeid. Tot die tijd blijven de kicksen in het vet, smacht ik naar de eerste training en koester ik herinneringen. Zoals die ene wedstrijd, zo’n anderhalf jaar geleden. Ons elftal was de Peter Sagan van de regio. Vijf jaar op rij behaalden we een tweede plaats. We oogsten lof over ons spel, scoorden de mooiste goals, dronken alle tegenstanders onder tafel. Maar kampioen worden, lukte niet.

En toen.

De voorlaatste speelronde van het seizoen, inhaalprogramma. Wij de fiere koplopers. Eindelijk. Echter slechts twee luttele verliespuntjes minder dan nummer 2 en 3 van de rangschikking. Onze achtervolgers speelden die dag tegen elkaar, wij hadden vrijaf. Bij een gelijkspel zouden we kampioen worden zonder zelf te spelen. Dat was helemaal niet wat we wilden. Het is niet leuk om door de supermarkt te sjokken en een berichtje te ontvangen dat de buit binnen is. Knokken voor iedere centimeter, winnen, het doel bereiken, elkaar in de armen vliegen. Op het veld. Zó wilden we het voetbaljaar eindigen. De bezwete mannenkroel is zo verschrikkelijk veel mooier dan een digitale high five.

Een behoorlijke afvaardiging van ons elftal besloot om de wedstrijd van de concurrenten te bekijken. Het werd 1-0, daarna snel de gelijkmaker. Ontspanning en plezier bij de spelers, nervositeit en veel bier langs de lijn. Het bleef 1-1. Erg lang, heel erg lang. Tot de allerlaatste minuut. De winnende treffer voor de thuisploeg. Een explosie van vreugde bij de supporters, pitch invasion zelfs. Doldwaze kerels. In het dagelijkse leven verantwoordelijke managers, grappige schooldirecteuren, getalenteerde ondernemers of liefdevolle vaders, maar op dat moment allemaal dezelfde eenvoudige voetbaldieren. Uitzinnig en beschonken.

Direct na het laatste fluitsignaal ging de matchwinnaar op de schouders. ‘Robbie is van ons, olé, olé’, zongen we uit volle borst. Robbie zwaaide met twee armen. Een hilarisch tafereel. Enerzijds omdat hij helemaal niet Robbie heette (‘ik vond hem eruitzien als een Robbie dus ik begon te zingen’) en anderzijds komt het niet zo vaak voor dat een team een speler bejubelt die er net voor heeft gezorgd dat ze juist géén kampioen zijn geworden. Het gaf aan hoe graag we het zelf af wilden maken, op eigen kracht in een thuiswedstrijd.

De week erop behaalden we inderdaad een klinkende overwinning. Het kampioenschap was zoals we het ons hadden voorgesteld. Een onbeschofte hoeveelheid bier, op de platte kar door het dorp, de zelfgemaakte schaal, oneerbare voorstellen, rondvliegende bitterballen en dansen op de bar. We waren zielsgelukkig.

Het feest was legendarisch. Net zoals het satésauswindje, ergens halverwege die avond.

Advertenties
SATÉSAUSWINDJE

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s